Zyfer · Opdrachten · Werkwijze · Voor overheden · Vragen · Kennis · Over Zyfer · Contact

Rechtsvermoeden werknemerschap: Tariefvorm is geen vluchroute meer

Gepubliceerd 2026-03-24 · Door Zyfer

who applies

beide

Zowel zzp'ers als opdrachtgevers moeten hun manier van factureren en administreren herzien. Zzp'ers moeten hun uren bewijzen, terwijl opdrachtgevers kritischer moeten kijken naar de tariefstelling van projecten.

action steps

what happened

Er is belangrijke verduidelijking gekomen over de toepassing van het rechtsvermoeden van werknemerschap. Dit rechtsvermoeden is een belangrijk onderdeel van de nieuwe wetgeving die schijnzelfstandigheid moet tegengaan. De kern van het nieuws is dat dit vermoeden niet alleen van toepassing is op uurtarieven, maar ook geldt wanneer er afspraken zijn gemaakt op basis van een stuksprijs of een totale projectprijs.\n\nHoewel de regel breed toepasbaar is, ligt de bewijslast in eerste instantie bij de zzp'er zelf. De werkende moet aantonen dat de vergoeding voor de verrichte arbeid, wanneer deze wordt teruggerekend naar een uurtarief, onder de vastgestelde grens (momenteel begroot op circa €33 per uur) uitkomt. Zodra de zzp'er dit heeft aangetoond, treedt het rechtsvermoeden in werking en is het aan de opdrachtgever om te bewijzen dat er géén sprake is van een dienstverband.

what it means

Veelgestelde vragen

Wat houdt het rechtsvermoeden van werknemerschap precies in?

Het rechtsvermoeden is een juridisch instrument waarbij wordt aangenomen dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst als de beloning onder een bepaald uurtarief ligt (voorgesteld op €33 per uur). De bewijslast verschuift dan naar de werkgever om aan te tonen dat het géén dienstverband is.

Maakt het uit of ik per klus of per uur factureer?

Nee, de vorm van facturatie (per uur, per stuk of per project) maakt niet uit voor de toetsing. De totale vergoeding wordt teruggerekend naar een uurtarief om te bepalen of het rechtsvermoeden van kracht is.

Wie moet bewijzen dat het tarief te laag is?

Als zzp'er moet je zelf het initiatief nemen om een beroep te doen op het rechtsvermoeden. Je moet bewijzen dat je beloning, omgerekend naar gewerkte uren, onder de grens van het rechtsvermoeden uitkomt.